Haastrecht, december 2007
In 1980 geeft Vogelbescherming Nederland te kennen de mogelijkheden te onderzoeken om een ooievaarsbuitenstation in Haastrecht op te richten. De gemeente Haastrecht is bereid grond ter beschikking te stellen. In eerste instantie lijken er te weinig vrijwilligers te zijn. In het voorjaar van 1981 zetten een aantal 27-mc zendamateurs hun schouders onder het project en op 17 juni 1981 is de eerste grote bespreking met vertegenwoordigers van Vogelbescherming, gemeente Haastrecht en de vrijwilligers. De bal gaat rollen en op 27 maart 1982 wordt de eerste spade door Dhr C.J.A. Wijnaendts, projectleider namens Vogelbescherming, in de grond gestoken als startsein voor de bouw van een ooievaarsbuitenstation op het door de gemeente Haastrecht beschikbaar gestelde terrein van 2.340 m². Er wordt hard gewerkt door de vele vrijwilligers. Er worden twee kooien van 10 x 10 meter gebouwd voor de broedparen en verder wordt het gehele terrein voorzien van een 2 meter hoog hekwerk zodat de grondooievaars binnen de omheining zouden blijven, daaromheen werden sloten gegraven en werd er groenvoorziening aangeplant. Voor de opslag van gereedschap en het voer werd er een huisje gebouwd. Voor de vriezers moest een elektra aansluiting gemaakt worden, dit betekende een sleuf van 60 cm diep graven vanaf de provinciale weg naar het buitenstation. Er werden drie nestpalen voor vrijvliegende ooievaars geplaatst.
Bestuurlijk moest er natuurlijk ook van alles geregeld worden. Op 1 juni 1982 wordt de stichting “ooievaars buitenstation Het Doove Gat” officieel opgericht. Het bestuur telt dan 10 leden, waarvan er thans nog enkelen bestuurslid zijn. De stichting heeft zich als doel gesteld: ”De terugkeer van de ooievaar als broedvogel in Nederland te helpen bevorderen door het oprichten en instandhouden van een buitenstation te Haastrecht”. Naast de tomeloze inzet van vele vrijwilligers kon de oprichting van het buitenstation gefinancierd worden door diverse subsidieverstrekkers, De jaarlijkse exploitatiekosten zouden uit de opbrengsten van verkoop van artikelen, giften en donatiegelden moeten komen.
Op 9 oktober wordt het buitenstation officieel geopend door Dhr. Wijnaendts en worden de 14 ooievaars (10 eenjarige en 2 broedparen) het station binnengebracht en losgelaten. De gekortwiekte vogels lopen op het omheinde terrein en de twee broedparen leven in de kooien. Wij zij hierdoor het zesde buitenstation dat in Nederland gevestigd wordt.
Op 27 maart 1983 wordt het eerste broedpaar losgelaten. Tot onze grote vreugde wordt er direct op het station begonnen met nestbouw en de twee eieren volgen niet veel later. Op 22 mei kruipt het eerste Doove Gat ooievaartje uit het ei. In het kader van het 750-jarig bestaan van Haastrecht wordt er op 25 juni een Open Dag georganiseerd. Doordat het buitenstation normaliter niet voor publiek toegankelijk is komen er tussen de 600 en 700 bezoekers op die dag kijken. Vooral ons eerste broedresultaat heeft veel bekijks. Op 29 september komt de eerste gast aanvliegen uit Eernewoude. Dit wordt een blijvertje.
Door het in 1984 aan komen vliegen van nog een ooievaar en het loslaten van het tweede broedpaar hebben we in 1984 plotseling drie broedende ooievaarsparen. Dit alles leidt tot het leggen van 14 eieren. We zijn natuurlijk erg voorzichtig met de jonge aanwas en door het slechte weer zien wij ons genoodzaakt vier ten dode opgeschreven jongen met de hand groot te brengen. Deze worden later toegevoegd aan de grondooievaars. Twee andere jongen zijn dusdanig groot en sterk dat zij op de nesten overleven en uiteindelijk de wijde wereld in gaan.
Regelmatig zijn bestuur en vrijwilligers te vinden op jaarmarkten en braderieën en geven zij lezingen en dia voorstellingen om door verkoop van artikelen en werving van donateurs en pleegouders de financiële kant van het buitenstation zeker te stellen.
In 1985 betrekken twee broedparen voor het eerst nesten buiten de grenzen van ons buitenstation. Zijn dit de eerste stappen naar zelfstandigheid? Van de 12 volgroeide jongen gaan er 9 op trek, 3 stuks worden toegevoegd aan het bestand grondooievaars. Helaas overlijd ook onze eerste grondooievaar in dit jaar. Er wordt veel onderhoud werk gedaan waaronder het slaan van een waterput op een diepte van 12 meter en het onderhouden van het terrein en de gebouwtjes. Tevens vragen de ooievaars veel inspanningen zoals het dagelijks en tijdens vorst perioden tweemaal daags voeren, maandelijks kortwieken van de grondooievaars, aflezen van ringnummers, aanbrengen van ringen bij jonggeborenen en het verzorgen van paalnesten.
In 1986 worden op verzoek van de gemeente Oudewater drie nestpalen in deze gemeente geplaatst om zo te trachten Oudewater weer in beeld te krijgen bij de ooievaars. Jaren later zijn er wederom ooievaars neergestreken in Oudewater niet op een van deze nesten,maar op het alom bekende nest op het stadhuis. Het aantal broedparen, jongen en eieren loopt gestaag op zoals in onderstaand broedoverzicht te zien is.
Tijdens de Open Dag op 29 juni 1987 hebben wij ons eerste lustrum bescheiden gevierd in samenzijn van 1000 belangstelenden. Hierbij krijgt iedere bezoeker een totaal vernieuwde brochure van ons buitenstation . Vreemd genoeg blijven dit jaar de nesten buiten het station leeg, terwijl het aantal nesten op het station groeit. Tevens overlijden dit jaar 4 oudere ooievaars, twee vrijvliegende en twee grondooievaars.
In 1988 wordt er voor het eerst een buitenlands ooievaar afgelezen op ons station. Het betreft hier een vogel uit Duitsland. Het is overigens best mogelijk dat er al eerder een buitenlands vogel op ons station geweest is, maar omdat er niet op ieder moment van de dag mensen op het station aanwezig zijn kunnen deze best aan onze aandacht ontsnapt zijn. We halen dit jaar ons eerste draadslachtoffer op die helaas de aanvaring met de hoogspanningsleiding niet overleefd heeft.
Het jaar 1989 brengt niet alleen onze 400e donateur, maar ook de eerste jonge ooievaar die vanuit het nest op trek gegaan was en dit jaar als broedvogel terugkeert naar een buiten de stations grenzen gelegen nest in Haastrecht. Diverse jonge ooievaars geboren in Haastrecht zwerven uit over Nederland en vormen in andere plaatsen broedparen met aldaar losvliegende ooievaars. De eerste gesneuvelde ooievaars worden gemeld uit Frankrijk en Spanje. Er worden, als experiment, twee broedparen in januari losgelaten. Wij hopen dat ze hierdoor niet direct wegtrekken. Dit lukt ook. Het eerste stel ooievaars wordt gesignaleerd op het stadhuis in Oudewater, maar zij vestigen zich toch weer in Haastrecht.
1990 Wordt het jaar met het hoogste broedsucces namelijk 2.44 jongen per broedpaar. Het broeden start dat jaar ook vroeger dan anders. Dit alles komt waarschijnlijk omdat het deze winter nauwelijks gevroren heeft.
1991 begint met een periode van strenge vorst en zoals altijd met dergelijk weer moet de voederploeg 2x per dag uitrukken om de tientallen wachtende ooievaars te voorzien van een hapje. Er blijkt dat de voederploeg voor het eerst wel wat versterking kan gebruiken en gelukkig reageren diverse mensen op onze oproep om de voeder- en onderhoudsploeg te komen versterken.
In 1992 vieren wij ons tweede lustrum waarbij tijdens de Open Dag komen er 500 belangstellenden langs. Tevens zijn er veel groepen die een afspraak maken voor een rondleiding.Het aantal broedparen en daaruit voortvloeiend aantal gelegde eieren blijft groeien. Opvallend is dat in het najaar en de winterperiode ongeveer 60 ooievaars het gebied bevolken. Er zijn kennelijk ook nog een aantal “Vreemde” ooievaars te gast.
De techniek schrijd voort en in 1993 wordt er voor het eerst melding gemaakt van ooievaars met zenders. Zowel in Duitsland als België worden (jonge) ooievaars voorzien van een zender die met een satelliet te volgen is. Hoewel de resultaten zeer uiteenlopend zijn levert het toch weer meer informatie op over de trek van de vogels. Er gebeurt bij ons weinig opzienbarends op ooievaarsgebied.Wel wordt een deel van het terrein dat erg laag ligt opgehoogd. Tevens moeten diverse deuren van kooien na 10 jaar vervangen worden.
Door het landelijke succes worden in 1994 de eerste signalen opgevangen die wijzen op de naderende sluiting van de buitenstations. Ook wij ageren daartegenen halen daarbij het TV-programma 2-vandaag. Wel gaan ook wij nadenken over de vraag: “hoe nu verder met de ooievaars”. Op termijn zullen veranderingen moeten zorgen dat de vogels zelfstandig worden. Ook al kan dit nog een groot aantal jaren duren. Er wordt gestart met het minder voeren van de vogels. Er komen steeds meer nesten buiten het station en die veroorzaken ook wel eens overlast. Zonneschermen, terrassen en open haarden kunnen niet gebruikt worden door de aanwezigheid van nesten en de uitwerpselen van de ooievaars. Wij vinden meestal wel een afdoende oplossing en in het ergste geval verwijderen we nesten na het broedseizoen. Twee opmerkelijke overlijdensgevallen, twee vrouwtjes overlijden terwijl er eieren in de nesten liggen. Via de broedmachine worden de eieren uitgebroed en de jongen met de hand grootgebracht
1995 blijkt uiteindelijk het jaar te zijn met dat meeste broedparen naar Haastrecht brengt. 20 paren leggen meer dan 70 eieren. Het besluit om de buitenstations te sluiten wordt door vogelbescherming teruggedraaid. Wel worden afspraken gemaakt over het met de hand grootbrengen van jongen en het verminderen van het voeren. We voeren nog maar 6 dagen per week.
Hoewel het nog steeds goed gaat daalt in 1996 voor het eerst in jaren het aantal broedparen. Er wordt besloten nog intensiever de ringnummers van de ooievaars af te lezen zodat we meer inzicht krijgen in de bewegingen van de vogels.We voeren de ooievaars nog maar 5 dagen per week.
Naar aanleiding van het besluit uit 1994 om minder te gaan voeren zijn we in 1997 zover dat er in de zomermaanden geen voer meer verstrekt wordt aan de vrijvliegende ooievaars. Hiervoor zijn de grondooievaars in een grote vliegkooi ondergebracht die ontstaan is door het samenvoegen van alle kooien die op het terrein stonden. Hierdoor is een kooi van 35 x 10 meter ontstaan waarin de grondooievaars 6 dagen per week voer krijgen. De jongen die noodzakelijker wijs met de hand grootgebracht worden, zullen niet meer aan het bestand grondooievaars worden toegevoegd, maar losgelaten worden zodra dit kan. Hierdoor kunnen ze gewoon mee op trek, wat ook gebeurd.
Van 21 juni tot 1 november 1998 zijn de vrijvliegende ooievaars niet meer gevoerd. Dit heeft geen nadelige gevolgen gehad voor het bestand. Er leven nog slechts 7 ooievaars in gevangenschap. Wij ontwikkelen een plan om de leefomgeving van de ooievaar te verbeteren. Het voorbeeld van deze biotoopverbetering zullen wij in overleg met iemand van Staatsbosbeheer en Zuid-Hollandslandschap uitwerken.
1999.Wellicht door het te vroeg stoppen met voeren is het aantal uitgevlogen jongen erg laag. De 3 jongen die hierdoor met de hand grootgebracht zijn worden in augustus losgelaten en trekken weg. De plannen voor het aanleggen van een stuk moeras, plas- drasbermen en struweel op ons terrein zijn verder uitgewerkt. Het is nu wachten op de noodzakelijke vergunningen.
De omvorming van een deel van ons terrein krijgt in 2000 zijn beslag en tevens wordt een eigen te regelen waterpeil aangelegd zodat wij een natuurlijke situatie kunnen creëren op ons terrein. Dit zal de voedsel diversiteit verhogen. De vrijvliegende ooievaars worden vanaf 1 mei niet meer gevoerd. De standvogels zullen in de winter wel weer gevoerd gaan worden. Helaas wordt de oudste bij ons levende ooievaar (24 jaar oud) dit jaar aangereden en overlijd aan de verwondingen evenals een 11 jarig lotgenoot.
Het jaar 2001 is in meerdere opzichten een gedenkwaardig jaar. De laatste 7 grondooievaars worden uit de kooi losgelaten en daardoor is fase 1 van ons project, het fokken en uitzetten van ooievaars, beëindigd. We gaan nu over tot het onderhouden van de groep standvogels en zullen trachten deze op een natuurlijke manier te verzorgen. Dit houd in dat wij trachten een goed biotoop te (laten) creëren en door het verwijderen van ongebruikte nesten en het aanbieden van natuurlijke nestplaatsen als bomen een betere spreiding van de broedparen te bewerkstelligen. Ook zullen wij behoudens de winterperiode niet meer bijvoeren. 2001 is wat broedseizoen aangaat het slechtste jaar. Broedresultaat 0,19 jongen per broedpaar. Wij beseffen ons dat dit een resultaat kan zijn van onze beslissing de vogels zelfstandiger te laten worden, maar ook dat hoort bij een project als dit. Overigens is er wel een succes in Oudewater. Na ruim 20 jaar wordt het nest op het stadhuis weer in gebruik genomen en vliegt er 1 jong uit. Dit zonder hulp van buitenaf.
Ondanks dat er weer minder gevoerd is in 2002 is het broedresultaat redelijk. Wel daalt het aantal broedparen. Wij denken dat dit zal dalen naar een aantal dat voldoende voedsel in de omgeving kan vinden om zichzelf in stand te houden. Dit moet toch het uiteindelijk resultaat worden.
In 2003 presenteert de Stichting Gemaal De Hooge Boezem het plan tot “Herstel polder De Hooge Boezem achter Haastrecht”. Dit behelst het herstellen van de polder, waarin ook wij gelegen zijn, in samenwerking met Zuid-Hollands Landschap. Doordat wij denken dat de weidevogels en de ooievaars profijt kunnen hebben van dit plan bieden wij aan mee te denken. Dit past uitstekend in de strategie van onze stichting. Het aantal broedparen blijft gelijk en uit Oudewater valt te melden dat er na een jaar van afwezigheid een nieuw stelletje is gearriveerd. Het blijkt een geboren Haastrechtenaar te zijn uit 1992. Er komen 3 jongen uit de eieren die helaas niet volgroeien.
Onze vernieuwde website: www.ooievaars.net is in 2004 voor het eerst te bezichtigen.Er overlijden twee oude ooievaars, 27 en 21 jaar, een natuurlijke dood. Hun plaats word ingenomen door twee jongere exemplaren die bij ons geboren zijn en toevallig langskwamen. Er verblijven in de winterperiode tussen de 15 en 20 ooievaars rond het station, waar alleen in de maanden december t/m maart gevoerd werd. Op bestuurlijk niveau zijn wij in gesprek met Zuid-Hollandslandschap omtrent de ontwikkelingen van de polder rond ons.
Op 08-11-2005 heeft Zuid-Hollandslandschap een deel van de gronden van de polder De Hooge Boezem achter Haastrecht verworven alsmede de molen. Deze zal gerestaureerd worden. De polder zal de oude functie van boezempolder terugkrijgen met alle oude kenmerken. Ons terrein zal daar ook deel van gaan uitmaken. Wij hopen dat de ooievaars en de ander weidevogels hiervan kunnen profiteren. Het aantal broedparen lijkt zich rond de 10 stuks te gaan stabiliseren.
2006 is een rustig jaar en de plannen rondom ons station vorderen langzaam. Het ziet er naar uit dat 2007 naast het 25-jarig bestaan ook een ommekeer in het project teweeg gaat brengen. Wij hebben de gemeente Vlist verzocht de gronden waarop ons buitenstation gevestigd is over te dragen aan Zuid-Hollands Landschap. Landelijk gezien gaat het de ooievaar ook voor de wind. Er zijn dit jaar ongeveer 600 broedparen in ons land en die hebben voor bijna 700 jongen gezorgd.
2007 is een meerdere opzichten een bijzonder jaar. Om als eerste maar eens met de vogels te beginnen. Er is dit jaar geheel niet gevoerd omdat er geen sprake geweest is van winter in welke vorm dan ook. Met andere woorden de ooievaars konden voedsel genoeg vinden.Het aantal broedparen daalde verder met twee stuks naar 8 en er zijn 7 jongen groot geworden. Vermeldenswaardig is wel dat er voor het eerst ooievaars in Stolwijk aan de Hennepakkers hebben gebroed. Dit nest staat al 13 jaar leeg. De twee ongeringde ouders brachten twee jongen groot. In Oudewater werd er ook weer gebroed, maar helaas zonder succes.
De stichting en het ooievaarsbuitenstation bestaan 25 jaar en dat willen we zeker niet ongemerkt voorbij laten gaan. Tevens heeft de gemeente Vlist ons verzoek gehonoreerd om de grond die de stichting tot nu toe pachtte, over te dragen aan Zuid-Hollands Landschap. Wij zijn vervolgens met Zuid-Hollands Landschap overeengekomen dat zij het terrein gaan inrichten en beheren. Dit heeft voor ons als voordeel dat wij geen onderhoud meer hoeven te plegen en dat wij wel terrein ter beschikking hebben om in de winter periode als dat nodig mocht zijn kunnen voeren. Na veel overleg heeft Zuid-Hollands Landschap plannen gemaakt voor een nieuwe inrichting. Hiermee start het daadwerkelijk ontmantelen van het station. De overbodig geworden kooien worden gesloopt en tevens verdwijnt een schuurtje dat gebruikt werd als opslag voor de vriezers. Deze vriezers worden ondergebracht in het observatie gebouwtje dat wel blijft staan. Zuid-Hollands Landschap geeft een aannemer de opdracht een aantal terrein technische maatregelen te nemen zoals het verbreden van toegangen zodat machinaal gemaaid kan worden, er wordt een poel aangelegd en er word een picknick-set en informatiepaneel geplaatst. Het informatiepaneel verteld over de functie van het terrein toen het nog in gebruik was als ooievaarsbuitenstation. Op de andere zijde staat de informatie over de Polder De Hooge Boezem. Tevens worden de toegangshekken, die de afgelopen jaren over het algemeen op slot waren, verwijderd en wordt het terrein toegankelijk voor wandelaars. Feitelijk wordt Het Doove Gat de toegang tot De Hooge Boezem achter Haastrecht.
Op 6 oktober is het zover. Wij vieren ons 25-jarig jubileum met veel van onze vrijwilligers en oud-vrijwilligers, bestuursleden en oud-bestuursleden en collega buitenstations. In de middag vindt de daadwerkelijke grondoverdracht plaats en gaat de grond symbolisch van onze stichting via de gemeente Vlist naar Zuid-Hollands Landschap over. Voor onze Stichting is er weer een fase afgesloten.
Het overdragen van de gronden aan Zuid-Hollands Landschap betekent niet dat wij acuut stoppen met het verzorgen van de ooievaars en dat onze stichting direct wordt opgeheven. Wij blijven zoals we de afgelopen jaren hebben gedaan voor de overwinteraars zorgen en zullen deze als er een periode van vorst aanbreekt weer voorzien van voedsel. Wij zullen in de zomer periode de nodige aandacht aan de broedende ooievaars schenken zoals aflezen en ringen van de jongen. Wij kunnen, omdat we geen kooien meer hebben, geen ooievaars meer opvangen om welke reden dan ook. De vogels zijn dus wat dat aangaat onafhankelijk geworden.
Daar wij geen onderhoud meer hoeven te plegen en er alleen uitgaven zijn voor het voer in de winterperiode heeft het bestuur besloten om met ingang van 2008 geen donatie- en kostgeld meer te innen. Door ons spaarzame beleid en de inzet van vele vrijwilligers, de afgelopen 25 jaar, hebben wij een reserve kapitaaltje op kunnen bouwen waarmee wij de komende jaren de vogels kunnen blijven verzorgen. Wij zullen ook geen jaarbrieven meer uitbrengen en verwijzen u voor de actuele informatie naar onze website: www.ooievaars.net, waarop ook links naar ander ooievaars sites zijn te vinden.
Rest mij nog u namens het gehele bestuur te bedanken voor uw (financiële) steun de afgelopen jaren en hoop dat door uw hulp de ooievaar in Haastrecht en omgeving tot een vaste waarde gaat worden.
Met vriendelijke groet,
Bep Kalmeijer, voorzitter.
Broedresultaten sinds de start in Oktober 1982:
jaar
|
paren
|
eieren
|
jongen
|
vrijvliegend
|
grondooievaars
|
|
1983 |
1 |
2 |
1 |
1 |
0 |
|
1984 |
3 |
14 |
6 |
2 |
4 |
|
1985 |
6 |
24 |
12 |
11 |
1 |
|
1986 |
6 |
27 |
8 |
8 |
0 |
|
1987 |
5 |
21 |
11 |
5 |
6 |
|
1988 |
8 |
32 |
16 |
13 |
3 |
|
1989 |
8 |
34 |
10 |
9 |
1 |
|
1990 |
9 |
38 |
22 |
17 |
5 |
|
1991 |
12 |
44 |
20 |
15 |
5 |
|
1992 |
14 |
57 |
34 |
29 |
5 |
|
1993 |
16 |
65 |
28 |
25 |
3 |
|
1994 |
18 |
68+ |
16 |
11 |
5 |
|
1995 |
20 |
70+ |
13 |
13 |
0 |
|
1996 |
16 |
56+ |
17 |
15 |
2 |
|
1997 |
17 |
51+ |
24 |
19 |
5 |
|
1998 |
17 |
51+ |
15 |
15 |
0 |
|
1999 |
16 |
42+ |
11 |
8 |
3 |
|
2000 |
16 |
44+ |
5 |
4 |
1 |
|
2001 |
16 |
44+ |
3 |
3 |
0 |
|
2002 |
11 |
33+ |
10 |
10 |
0 |
|
2003 |
10 |
33+ |
5 |
5 |
0 |
|
2004 |
10 |
33+ |
8 |
8 |
0 |
|
2005 |
10 |
35+ |
6 |
6 |
0 |
|
2006 |
10 |
31+ |
2 |
2 |
0 |
|
2007 |
8 |
23+ |
7 |
7 |
0 |
|
Totaal |
|
972 |
310 |
261 |
49
|
+= minimaal aantal, waarschijnlijk meer.
Loslaten van grondooievaars op 09-10-1982

Overdracht van de grond van Het Doove Gat via de Gemeente Vlist naar Zuid-Hollands Landschap