Spoedig na de mannetjes komen tussen maart en mei ook de vrouwtjes in de broedgebieden aan. De mannetjes hebben hierop gewacht en laten geen kans onbenut om een wijfje voor zich te winnen. Zodra er een wijfje in de buurt van één door een mannetje bezet nest landt, wordt zij direct met langdurig snavelklepperen begroet. Met iets uitstaande, afhangende vleugens en omhooggerichte staart beweegt het mannetje kop en hals schuin naar voren en omlaag, gevolgd door een ruk ver naar achteren. Tegelijkertijd worden de snavelhelften met klepperend geluid op elkaar geslagen. Het vrouwtje antwoordt op dezelfde wijze.

Wie naar het parende koppel kijkt, zou kunnen denken dat beide partners elkaar al jaren kennen, maar schijn bedriegt. De spreekwoordelijke trouw die aan ooievaars wordt toedicht, bestaat niet. De partners blijven maar voor één broedseizoen bij elkaar, waarna hun wegen scheiden. Toch komt het veel voor dat partners jaren achter elkaar een paartje vormen. Dit heeft echter niets met trouw te maken, maar met de sterke binding die ooievaars met hun oude nestplaats hebben.
Enkele dagen, maar soms ook enkele weken na het paren legt het vrouwtje 3 à 4 eieren. Alleen onder erg goede omstandigheden kan dit aantal oplopen tot zeven. Het broeden begint na het leggen van tweede ei. Beide vogels nemen het broeden zeer serieus en broeden bij toerbeurt.
Na ruim 30 dagen komt het eerste ei uit. De jongen worden niet uit de snavel gevoerd, maar de ouders braken het voedsel voor hun kroost uit in het nest, waarna de jong uitkiezen wat van hun gading is. De voedselbehoefte van een ooievaarsgezin is enorm. De ouders moeten dagelijks ongeveer 4 kilo voedsel bij elkaar zoeken om hun jongen te kunnen voeden. Dit is gemiddeld zo'n 250 kilo per broedseizoen. Dit voedsel bestaat vooral uit regenvormen, insekten, mollen, veldmuizen en kikkers.
Rond de 43ste levensdag beginnen de eerste vliegoefeningen en zo'n 14 dagen later verlaten ze het nest. Na circa 10 weken zijn ze zelfstandig en kunnen ze in augustus op trek gaan naar zuidelijker streken.